De Haan

De hemel kon nauwelijks grijzer boven de stranden van Mol. Eén dag eerder hadden ze nog vol gelegen met duizenden toeristen. Nu tel ik goed en wel twee bikini’s in de verte. Twee vrouwen tot de knieën in het water, paraplu boven het hoofd, in de regen. De zomer had al vele verwarrende momenten gebracht, dus dit kon er ook nog wel bij. Hier stond ik dan, te dj’en voor twee bikini’s en enkele kinderen in de regen. En een streamend thuispubliek natuurlijk. Unheimlicher moet het leven niet worden.

Ik was er uitgenodigd in het kader van een tentoonstelling en residentie rond het thema ‘Heimat’ en die namiddag weerklonk mijn muziekselectie door de luidsprekers van Provinciaal Recreatiedomein Zilvermeer. Te beginnen met de unheimlichkeit zelve: De Haan’s Wie wraagt u?

U bent verkeerd verbonden.
Wie wraagt u?
Hij is werkloos!

Het nummer katapulteert me terug naar enkele maanden ervoor. Onbedoeld lijkt het een ode, niet aan lege stranden maar aan lege staminees, zoals ik ze heb mogen meemaken met collega’s barpersoneel. Hangen, zuchten en grote emoties op verboden barkrukken. 

De Haan brengt de poëzie van de anderstalige alledaagsheid. Lo-fi psychedelische kleinkunst (voor wie zin heeft in labels). Omdat zijn teksten in al hun ongemakkelijkheid en absurditeit mij steeds harder lijken te raken, besluit ik om uitleg te vragen, in één van zijn favoriete kroegen: Le Coq, tegelijk ook ‘s mans familienaam. Conceptueler moet het leven niet worden. 

De teksten blijken dadaïstische collages uit cursussen Nederlands en conversatie gidsen voor hotelreservaties. Zoek geen thema’s, het woord staat centraal, fonetiek tot kunst verheven. De liefde voor een vreemde taal tot op het bot bedreven. Een methode om de muziek van het ego te vrijwaren. Babylonische patchwriting met weinig plaats voor een ‘ik’.

De lucht klaart op. De Franse anti-carrièrist verzet zich tegen het opkomende alles. Zoals het stationnetje van het gelijknamige kustdorp. Zoals het volledige stadje zich verzet heeft tegen de oprukkende hoogbouw. 

Maar op een doordeweekse, druilerige novemberdag zijn zo goed als alle rolluiken van de appartementen op de dijk dicht. “Fuck zicht op zee,” lijken ze te zeggen. Brussel is hier ver weg, en toch hoor ik in de verte iemand krijsen: “On peut déjà fumer à l’intérieur? A quelle heure est-ce qu’on ferme les rideaux ici?” Synchroner moet het leven niet worden.

Goddank voor tafeltennis en Tesla’s.

De Haan wist niet dat ook Mol stranden heeft. Ik wel. En ik heb er pingpong en Tesla’s gezien, en twee bikini’s.

.