Nieuwjaarsbrief 2026



Ergens in een archief in Antwerpen ligt de eerste:

folio 225, in het Latijn, in dichtvorm.

Jan Moretus schreef aan Christoffel Plantijn,

zijn schoonvader, de man van de drukpers.

Het was 1573, er was nog geen België, er was nog geen leerplicht.

Er waren nog geen koeien van letters,

alleen iemand die zijn naam veranderde en dacht, ik schrijf het op.

En hij schreef het op en sloot af met ratione recta,

Latijn voor 'met de juiste rede'.

En dat is misschien het enige wat ik wens voor 2026.

De juiste reden, of toch een rede.

1573 en de nieuwjaarsbrief was uitgevonden, de traditie zou volgen.

12 januari 2026.

Mijn alarm vanochtend was een drilboor bij de buren.

Perfect synchroon met mijn echte wekker.

Alsof ze hadden afgesproken:

rendez-vous om 8 uur, op de twaalfde dag van het nieuwe januari.

Dat komt goed uit, want mijn goede voornemen is om dit jaar minder te snoozen.

Van de 41 nieuwjaren die ik heb mogen meemaken, was dit het enige met een boor als wekker.

Kleine disclaimer, deze speech of nieuwjaarsbrief is hoogst persoonlijk:

van mij, voor mij, voor u en dan van u, mensen die willen, kunnen, een e-mailadres geven en ik stuur de pdf.

Liefste mensen, ik beloof plechtig om dit jaar beter mijn best te doen,

minder te scrollen, minder tabs open te laten staan.

Nee, dat is niet waar.

Gelogen is het niet, maar het is niet waar.

Beter ons best kunnen we niet doen.

Verder ons best zullen we blijven doen.

Liefste meter, liefste peter, hoe meer jullie geven, hoe beter.

Nee, dat is niet waar. Ik vraag niets dit jaar.

Behalve misschien dit:

ik vraag plekken die nog niet, niet meer of opnieuw bestaan.

Kelders die we nog moeten graven.

Strobo-silhouetten in brons gegoten.

Standbeelden voor de nightlife-organisaties.

Haltes 'Bruxelles-poésie'.

Minder kerstmarkten,

lege witte MIVB-panelen met ruimte voor de juiste woorden

en remedies voor alles wat eindigt op -itis of -itus.

Vorige maand zei iemand mij: 'Oei, het is bijna tijd voor een jaaroverzicht!'

Ik zei: 'PUTAIN, ik leef in een jaaroverzicht, alle dagen van 't beste!'

Maar dat was ook niet waar.

Dat laatste had ik gedroomd.

Ik heb nooit zoveel gedroomd als vorig jaar.

Het moet zijn dat het nodig was. En het was nodig.

Dat doet er mij aan denken, ik heb mijn dromen nog nooit bedankt.

Misschien omdat ik denk dat ze van mij zijn.

2026 wordt het jaar dat ik mijn dromen zal trakteren!

Op: dromen vol gezondheid. Santé!

Op: dorpelijke dromen. Santé!

Dat wens ik de grootstad toe: dorpelijke dromen.

Verboden, verboden, kleinere torens, grotere ambities op kleinere schalen,

sorry, ik ben aan het afdwalen.

Van de 41 die ik er heb mogen meemaken is 2025 mijn minst favoriete jaar geweest.

Het heeft diep gepiekt, hoog gedaald, heeft de verwarring algemeen gemaakt,

het ongenoegen mainstream vertaald, pistache kleuren over de toog gehaald.

2025 zal zich nog generaties lang diep mogen schamen.

En dan vraagt een mens zich af, droomt een jaar soms van zichzelf?

Of dromen wij het jaar elke nacht opnieuw?

2025 was een droom die zichzelf niet herkende,

een huis dat zichzelf tot in alle hoeken verlicht had.

Een volledig verlicht huis wordt onbewoonbaar.

En zo gaat het ook met de jaren, ze worden onbewoonbaar.

2025, het jaar dat TikTok bijna verboden werd,

kwaadheid bijna beursgenoteerd werd.

Dubai chocolade de wereld veroverde,

luide lounge verder de wereld veroverde,

terwijl de wereld zichzelf niet wist te veroveren.

En wij maar swipen.

Links, rechts, rechts, rechts, rechts links, rechts, rechts, rechts, rechts, rechts.

Onze post-post-postmoderne onrust voorbij.

Zo zenuwachtig constant alles aan het missen

De dokter gaf mij pilletjes tegen de zenuwachtigheid.

Hier, voor de zenuwzachtigheid.

Over minder dan een jaar zal ik mijn leven nauwelijks nog herkennen.

Schreef ik in 2022.

En het klopte. Het klopt nog steeds. Het zal blijven kloppen.

Maar hier is het geheim:

dat is de bedoeling!

Onherkenbaarheid is geen bedreiging, het is een belofte.

2026 wordt het jaar waarin we onszelf niet herkennen en daar oké mee zijn, meer dan oké.

Dus voor 2026 wens ik minder lampen aan, minder spotlights,

meer donkere uithoeken die niet doorgelicht moeten worden.

2026 is nog onbeschreven, dat is het mooie eraan.

De cursor knippert, misschien is dat mijn hoop voor dit jaar.

De kleine hoekjes van het leven spelen, spelen, spelen

en voor iedereen één voor één onredelijk veel leven.

Brussel 12 januari 2026,
je kapoen Alex.

 ​